abonneer nu
dossiers
Schiphol wil in de toekomst ongeveer 10.000 vluchten naar Lelystad Airpo...
Elke week tonen wij u een historische foto uit de regio. Insturen kan vi...
De Koloniën van Weldadigheid krijgen mogelijk de werelderfgoedstatus va...
Met ingang van de nieuwe dienstregeling in december 2017, komt Wolvega e...
Rechtvaardig

Wangedrag op het virtuele dorpsplein

Door Eerde de Vries op donderdag 3 mei 2018 12:28
  • ignore touch

    © nvt

mail pinterest

Dit weekend stond er een column van de filosoof Stine Jensen in de krant (NRC). Die ging over een relletje rond nepvolgers en fans van de zanger Dotan en had de titel: #JesuisDotan

Ik zal u verder de details besparen want de kool is het sop niet waard (of was het nu andersom). Maar daar ging dit stuk nu juist over. Stine verbaasde zich terecht over de ophef. Goed, daar was een zanger die zich graag nog populairder en succesvoller voordeed in de virtuele wereld, dan hij al was in de echte wereld. Men raakte in de media niet uitgepraat over die nepaccounts. Alles oppervlakkig en in hoofdzaak gericht op de man.

En daar zijn we weer, op het thema van het te ver doorgeschoten individualisme. Stine kreeg al medelijden met haar 9-jarige dochter met haar Instagram-account, door Stine haar “digitale poezie album” genoemd (zij zet een trema op de “e”?). Moest die dochter zich ook al zorgen maken over haar hoeveelheid volgers, wie is leuk, het knapst, mooist?

Ik moest denken aan die arme Amalia. Toets na Koningsdag “Amalia” in en je kreeg dit soort zoekresultaten: “Prinses Amalia belachelijk gemaakt op social media” en “Woede over bespotten Amalia op social media: Verschrikkelijk voor een 14-jarige”. Onze extraverte media cultuur is één ding, maar wat bezielt ons allemaal? Zelfs de goedbedoelende verdedigers, ook in tweets als #Amalia dik, waar zijn we mee bezig?

In zijn TV serie “Onbehagen” verzuchtte schrijver/publicist Bas Heijne: “ We hebben individualisme met lustbevrediging verward.” In wat sombere gedachten denk ik inderdaad wel eens, ja, die Verlichting heeft ons meer zelfbewustzijn, noem het individualisme bijgebracht, maar we kunnen er wat moeilijk mee omgaan.

Als een stel puberende kinderen verdelen we ons in groepjes op ons virtuele schoolplein, in “bubbels”, en vandaar uit menen we de vrijheid te hebben, soms zelfs met een misplaatst beroep op de vrijheid van meningsuiting, om ongeremd en ongegeneerd kritiek te hebben op anderen. En zo menen we, als volwassen pubers, zelfs kritiek te mogen leveren, wel veilig van achter het toetsenbord, op het uiterlijk van een 14-jarig kind. Hopelijk groeien we uit deze fase van emancipatie en helpt de evolutie ons om ons beter te gedragen op de nieuwe virtuele dorpspleinen.