abonneer nu
dossiers
Schiphol wil in de toekomst ongeveer 10.000 vluchten naar Lelystad Airpo...
Henk Vondeling gaat langs bij boeren in de Stellingwerven. De agrariërs...
Meike van Leuken interviewt muzikanten en bands uit de Stellingwerven. D...
Anne Westerhof bezoekt kunstenaars in hun atelier om ze te portretteren....
Rechtvaardig

Hoera voor de Rechtspraak!

Door Eerde de Vries op woensdag 6 februari 2019 00:00
  • ignore touch

mail pinterest

Op 31 januari 2019 feliciteerde ik mijn kantoorgenoten en bevriende collega’s met de honderdste verjaardag van het standaardarrest van de Hoge Raad (HR) op het gebied van de onrechtmatige daad, het Lindenbaum-Cohen arrest.

Ik was blij verrast op Twitter te zien dat ik niet de enige was die daar toen aandacht aan besteedde, maar toch weer teleurgesteld dat die honderdste verjaardag niet “viral” ging of minstens een “trending topic” werd.

Wel besefte ik toen dat ik toch echt een prettig gestoorde vakidioot was en ben, vrees ik.

Maar wat viel er nu te vieren op 31 januari 2019? Om dat goed te begrijpen moet je eigenlijk dat mooie boek over het recht “De Zweetvoetenman” er op na slaan (blz. 70 ev.) of mijn blog nog eens lezen uit 2015.

Tot de HR uitspraak deed in de Lindenbaum-Cohen zaak in 1919 gold de regel dat iemand alleen onrechtmatig handelde als hij een wettelijke norm overtrad. Rechters keken alleen naar “de letter van de wet”. Die regel werd in 1910 nog door de HR bevestigd in het Zutphense Waterleiding-arrest. In een pakhuis te Zutphen was door de vorst een waterleiding gesprongen. Waterschade kon worden voorkomen door de hoofdkraan dicht te draaien. Die bevond zich echter in het huis van de buurvrouw en die juffrouw vertikte het simpelweg die hoofdkraan af te sluiten. Hoogst onredelijk, maar de HR vond geen wettelijke bepaling op grond waarvan dat gedrag van de buurvrouw onrechtmatig genoemd kon worden. De buurman moest dus zijn eigen schade dragen.

Negen jaar later, 31 januari 1919,  in de zaak Lindenbaum-Cohen, gedroeg Cohen zich op vergelijkbare wijze onbehoorlijk als die Zutphense Juffrouw en ook hier werd strikt genomen geen wettelijke bepaling geschonden. Toch verklaarde de HR de gedraging van Cohen nu wel onrechtmatig en wel op grond van de volgende, door hen geformuleerde gedragsregel: “Ieder handelen of nalaten, in strijd met zorgvuldigheid welke in het maatschappelijk verkeer jegens eens anders persoon of goed betamelijk is, is onrechtmatig.” Deze wat vage open norm kon juist vanwege die openheid  in een verscheidenheid van gevallen worden toegepast door de rechter en heeft zo al honderd jaar bijgedragen aan het vormgeven en verbeteren van de wijze waarop wij (behoorlijk) met elkaar omgaan. Met Herman Tjeenk Willink kan ik zeggen: “Rechters doen meer dan conflicten beslechten.”