abonneer nu
Het moderne leven

Dus… stil

Door Misja Boonzaayer op zondag 10 juni 2018 21:01
  • ignore touch

    © Pixabay

mail pinterest

Er zijn zo van die dingen die mijn moeder vroeger riep, waarvan ik zeker wist dat ik daar nooit de noodzaak van zou inzien.

"Doe de deur dicht want het tocht” is er zo een. Ik voelde die tocht namelijk nooit. Omdat ik 12 was, of omdat ik op een andere plek in de woonkamer zat, of omdat ik rusteloos was en er nooit langer dan vijf minuten zat, ik weet het niet. 
Kamer opruimen, de opgevouwen was in de kast leggen, op tijd naar bed, ik vond het allemaal maar volwassen gezeur. En omdat ik nooit mijn klep kon houden, vond ik de “en nu even stil” eigenlijk ook alleen maar tijdens dodenherdenking heel begrijpelijk (en heel moeilijk, dat ook).

Anno nu is er alom begrip. Begrip voor alle ruim-je-kamer-nou-eens-ops. Voor alle verzuchtingen als ik mijn spijkerbroek weer eens met volle zakken in de was had gegooid. Binnenstebuiten. En begrip voor alle keren dat ik werd gemaand om zachter te doen. 

Natte zoenen

Waar geluid vroeger een soort achtergrondgegeven was dat nauwelijks werd opgemerkt, is het tegenwoordig als die tante op je verjaardag met natte zoenen en een borrel teveel op. Er komt een leeftijd waarop je dat doorkrijgt. Dat je ineens weet dat die tante altijd zes keer hetzelfde verhaal vertelt omdat ze te diep in haar advocaat heeft gekeken. Zoals je ook ineens hoort dat het laten vallen van een mes op een bord intens hard is. Of je kind dat het geluid van een brandweerwagen nadoet. Of zingende kinderen tijdens de avondvierdaagse.

De avondvierdaagse. Het is een stroom aan geluid, dat als een slinger door de stad loopt. En alsof ze zelf nog niet genoeg kabaal in zich hebben, hebben die kinderen vaak ook nog zo’n leuke toeter gekregen. Van papa en mama, want die lopen zelf niet mee. Of opa en oma, want die nemen wraak op vroeger, toen zij met al die herrie zaten. Die geven zo’n kind een toeter mee en maken vervolgens dat ze wegkomen. 

Ik niet. Ik sta ertussen. Op een plein waar we moeten verzamelen blijf ik staande omdat ik kan leunen op de herrie. Samen met mijn drie kinderen, die stilletjes naast me staan. Nou ja, twee dan, want een ben ik standaard kwijt. Die rent ergens gillend met zijn vriendjes tussen alle toeters door. Het geluid van een brandweerwagen nadoend, of zo. Later als hij groot is, geef ik zijn kinderen een toeter.